Kijk, de boomers zijn natuurlijk geweldig: zij hebben ons land opgebouwd, zij hebben ’t oer-Hollandse agv’tje (aardappelen/groente/vlees) op de kaart gezet, zij stammen niet zelden uit gezinnen met tien, twaalf kinderen waarbij eenieder noodgedwongen maar een klein taartpuntje ouderlijke aandacht kon krijgen, wat niet altijd gemakkelijk zal zijn geweest.
En ook geen kwaad woord over de millennials, die weleens wordt verweten dat ’t fragiele, snel uit het lood geslagen sneeuwvlokjes zouden zijn die nauwelijks zouden beschikken over een gezonde portie zelfrelativering: zij bekommeren zich toch maar mooi om des aardes welbevinden, onderwijl een gezonde balans tussen ambitie en idealisme nastrevend. En de gen Z’ers zijn de toekomst van ons kikkerlandje: zonder hen straks geen handjes aan ’t bed, geen blauw op straat en geen apps waarmede de wereld inclusiever en eerlijker gemaakt kan worden ‒ het is overigens te hopen voor hen dat ze vóór hun dertigste een eigen stulpje kunnen betrekken.
Maar zeg nou zelf: bestaat er een coolere generatie dan generatie X? Potjandorie, wij gen X’ers, wat hebben wij niet allemaal beleefd en doorstaan!
Wij hebben de eerste computerspelletjes zien opkomen ‒ en weer zien ondergaan. Wij zijn groot geworden voor de beeldbuis, kijkend naar Amerikaanse sitcoms als Perfect Strangers, Growing Pains, Who’s the Boss ‒ Tony Danza, waar zijt gij? ‒, Full House, Married with Children, The Cosby Show ‒ Bill, wat was jij een rolmodel, vriend! ‒, Happy Days, Family Ties etc. etc. etc. Wij kenden alle beroemde quotes van kolonel John ‘Hannibal’ Smith, sergeant B.A Baracus, luitenant Templeton Peck en kapitein ‘Howling Mad’ Murdoch uit ons hoofd! En natuurlijk die van John Rambo, de held uit de post-Vietnamfilm First Blood. Onze beste vrienden? Naast de meiden en jongens waarmee we buiten speelden (onze tijd verdoen op mobieltjes konden we niet, want die bestónden simpelweg nog niet) waren dat natuurlijk de ‘ruimtebroertjes’ E.T. en Alf! En natuurlijk de kids van The Breakfast Club, de filmklassieker uit 1985 over vijf struggelende middelbarescholieren, waarin we ons zo konden herkennen.
Wij gen X-jongens kregen het warm als Kim Basinger of Kathleen Turner op het witte doek verscheen, tegelijkertijd maakten wij op schoolpartijtjes geen schijn van kans bij de meisjes, want die waren allemaal stuk voor stuk ‘op’ George Michael ‒ die toen nog ‘veilig’ in de kast zat ‒ of Ernst of Henny van Doe Maar ‒ waarvan ook wij een hele verzameling roze-gifgroene buttons op ons spijkerjasje met ons meezeulden. Over roze gesproken: elke woensdagmiddag vlogen de kloddertjes roze verf je om de oren! (Kiddos: check this shit out, dit was onze jeugd!)
Toen we de Amerikaanse sitcoms ontgroeid waren togen wij op zaterdagavond ‒ en spoedig ook op andere avonden ‒ op onze nog niet elektrisch aangedreven rijwielen naar de stad, teneinde onze onnavolgbare dansmoves te tonen op de grunge, die begin jaren negentig vanuit Seattle over de oceaan via MTV (dat toen nog daadwerkelijk muziek programmeerde, je gelooft ’t niet!) en TMF ons continent bereikt had; of op de house die vanuit Chicago was komen aanvliegen, in clubs waar iT happened…
De volgende dag het opgewarmde nummertje 68 van de Chinees ‒ de sushi- en pokébowlboeren bestonden nog niet (of nauwelijks). Het was de tijd van de paradijsvogels: de guit Bart de Graaff, de hork Theo van Gogh, de theatrale Adelheid Roosen, de onnavolgbare Herman Brood, de fantast Boudewijn Büch, diens provocatieve broertje Menno, de zuigende Ischa Meijer, de enigmatische Wim T. Schippers en de geniale Van Kooten en De Bie, maar geen mens kwam op het idee om op de spreekwoordelijke ‘cancelbutton’ te drukken.
Wij gen X’ers zijn tot op de dag van vandaag de enige Nederlandse generatie die als tiener of jonge twen een hoofdprijs voor Oranje mocht meemaken. De woorden van Theo Reitsma na het beslissende doelpunt van Van Basten staan in ons geheugen gegrift: ‘Oh, wat een kool, wat een kool, wat een schitterend doelpunt, zeg!’ Extra leuk voor ons brabo’s: exact één maand eerder, op 25 mei 1988, pakte PSV na een wat bloedeloze 0-0 de grootste prijs uit haar clubgeschiedenis, de Europa Cup I, door Benfica na penalty’s te verslaan: in die tijd verstond men hier te lande de kunst van het pingel nemen nog.
Het was de tijd van de grote onschuld, we zaten nog decennia voor de moorden op Pim Fortuyn, Theo van Gogh en Peter R. de Vries, hoewel er carrière gemaakt kon worden voordat de bom viel en alleen de vogels van Oost- naar West-Berlijn vlogen. Maar ook dat laatste kwam goed: Op 12 juni 1987 sprak de Amerikaanse president Ronald Reagan voor de Brandenburger Tor in West-Berlijn de historische woorden ‘Mr. Gorbachev, tear down this wall!’, een kleine tweeënhalf jaar later viel het onding.
Ironisch genoeg leven we nu weer in een tijd waarin de bom kan vallen, en de vrees is dat ie uit dezelfde windrichting zou kunnen komen als waar men toen bang voor was. Het deert ons allemaal niet, wij zijn trotse gen X’ers: de onontbeerlijke zelfrelativerende specie tussen de boomers en de millennials. Het zal onze tijd wel duren: Leven bij de dag, bij de week, bij de maand, zo luidt ons devies: er kan in pakweg vijf jaar tijd zoveel veranderd zijn.






Een puik geschiedenislesje!!!
Gen X houdt ons bij de les!!