Nadat ze de boodschappen in de auto gezet heeft loopt mijn vrouw nog even naar de parkeerplaats achter het winkelcentrum om een lekkerbek bij de viskraam te halen. Ze mag zichzelf best even verwennen, vindt ze. En volkomen terecht.
Terwijl de visboer het visje in de frituur doet ziet mijn vrouw vanuit haar ooghoek een oudere dame aan komen sjokken. Ze kijkt wat verdwaasd rond en ze probeert een jonge man aan te spreken. Maar hij staart doelloos naar zijn scherm terwijl hij de vrouw zoveel mogelijk probeert te negeren.
De oude dame schuifelt wat over de parkeerplaats. Mijn vrouw betaalt haar visje en terwijl ze een hap neemt loopt ze op mevrouw af. “Kan ik u helpen, mevrouw?”
Dankbaar draait de dame zich naar mijn vrouw. “Ja, ik denk het wel. Ik weet niet meer waar ik woon,” zegt de vrouw, wat verward. “Ik ben de weg kwijt.”
“Ik weet wel dat ik op nummer negen woon,” herinnert ze zich nog.
“Wat is uw naam?” Vraagt mijn vrouw. “Tja. Heeft u misschien iets aan mijn bankpasje?” Zegt mevrouw en ze opent haar portemonnee die vol zit met pasjes en briegeld. “Nee hoor mevrouw, houdt u die maar stevig in uw tas.” Zegt mijn vrouw snel en ze zorgt ervoor dat de portemonnee weer keurig terug in de tas komt.
“En weet u hoe uw huis eruit ziet?” vraagt mijn vrouw nu. Wie weet biedt de omschrijving wat aanknopingspunten. “Ik heb een donkere stoel, en een tv die ik niet zo goed begrijp,” vertelt de dame.
“Oké. En weet u misschien hoe de buitenkant van uw huis eruit ziet?” “Dat is een heel groot gebouw,” herinnert mevrouw zich ineens.
Dat komt goed uit. Vlakbij de parkeerplaats is een verzorgingscentrum. De kans is groot dat de oude dame daar woont. “Weet u wat? Stapt u bij mij in de auto en dan breng ik u er even naartoe,” stelt mijn vrouw voor. Ze ondersteunt de dame naar Het Gammele Zwarte Monster en niet veel later schuiven de glazen deuren van het verzorgingshuis open.
“Oh ja, dit komt me bekend voor,” herinnert mevrouw zich nu, “Maar waar ik nu precies naartoe weet ik niet.” Mijn vrouw stelt voor om niet weg te gaan voordat de oude dame weer in haar donkere stoel zit.
Naast de schuifdeuren is een klein kantoor. Mijn vrouw klopt aan en vertelt waarom ze binnengekomen is. De verpleging controleert de naam van mevrouw en ze woon inderdaad op nummer negen, op de derde verdieping.
Samen met de verpleging schuifelen mijn vrouw en de oude dame over de gangen, de lift in en uiteindelijk richting de oude stoel. Dankbaar en gerustgesteld gaat mevrouw zitten. “Goh, gek dat ik dan niet meer weet waar ik woon he, Martha?” “Martha is uw dochter mevrouw. Ik ben van de verpleging,” antwoordt de zuster liefdevol.
Mijn vrouw controleert of de oude dame oké is en samen met de verpleging gaat ze naar de uitgang.
“Wat sneu eigenlijk he, voor die mevrouw?” begint mijn vrouw. “Tja, het is wat het is. Ze zijn hier wel vaker de weg kwijt,” antwoordt de zuster en nadat ze vriendelijk mijn vrouw bedankt gaat ze weer snel terug naar haar laptop. De administratie moet bijgewerkt worden.
Op weg naar de auto gooit mijn vrouw haar inmiddels koud geworden lekkerbekje weg. Ze koopt geen nieuwe. Ze is voldaan.







Geef een reactie